Eter door
Gezond eten, slecht snacken. Sloten Yogi-thee, glazen witte wijn. Dieren eten, tofu eten. Felicia Alberding (1983) is nogal tweeslachtig als het aankomt op eten. Om die en vele andere redenen zou ze liever in Amerika wonen, waar niemand raar opkijkt als je met hetzelfde plezier een linzentaartje en een varkenswang eet. Daar ben je gewoon een foodie als je houdt van lekkere dingen, punt.
Dieren eten
Dierendag of niet, ik wil het graag over dieren eten hebben. Ik bevind me de laatste tijd steeds vaker op plekken waar flink met vlees wordt gekoketteerd. Van verantwoorde hamburgers en varkens die we van snuit tot staart opeten aan het spit tot Schipholganzenkroketjes.
Met onze mond vol zelfgedraaide worst praten we mee over de economische ongelijkheid en armoede die vlees eten veroorzaakt en met aan de vork een stukje kalfszwezerik kijken we ernstig als een tafelgenoot vertelt over natuurgebieden die moeten wijken voor mais en sojavelden voor het voeden van vee. Juist door chef-koks als Alain Passard die 90% groenten en 10% vlees gebruiken, mag vlees eten weer, zo lijkt het. Dieren eten is ineens cooler dan cool.
Diederik Stapels theorie dat vleeseters asociaal zouden zijn, bleek niet waar. Ik kan me het moment dat het nep-onderzoek gepubliceerd werd goed herinneren, omdat ik op de redactie van ELLE Eten was en er ‘zie je nou wel!’ werd geroepen. Vegetariërs en flexitariërs, wilden maar al te graag geloven dat vlees eten schofterigheid veroorzaakte. Dat je vriendelijk wordt van vlees eten is niet gezegd, maar je wordt er in elk geval geen hufter van. Bovendien vinden we vlees eten gezellig. Een feest met bier en worst is (of klinkt in elk geval) duizendmaal leuker dan een feest met spa rood en rauwe groenten. Dieren eten, in combinatie met alcohol, is een feestelijke en sociale aangelegenheid die is verweven in vele culturen.
Mijn ouders zijn van de generatie waarbij vlees eten een vanzelfsprekendheid is. Zij eten op een normale dag rookvlees bij het ontbijt, warme worst bij de lunch en goulash bij het avondeten. Biologisch en/of scharrel, want zo zijn ze dan gelukkig ook wel weer, maar als ik ze bezig zie kan ik niet anders dan ze uitmaken voor walgelijke vleeseters. Om vervolgens toch te zwichten voor zo’n sappig stukje rookworst. Vlees eten is ook nog eens besmettelijk.
SOCIAL MEAT EATER
Zelf sus ik mijn geweten door te roepen dat ik een social meat eater ben. Net als dat ik lang volhield te geloven dat ik een gezelschapsroker was die alleen rookte op plekken waar leuke mensen en alcohol waren. Voor de momenten dat ik alleen en zonder wijn een sigaret opstak, verzon ik een prachtig excuus. De zon schijnt, is bijvoorbeeld een heel goede reden nietwaar? Vlees eten doe ik alleen tijdens etentjes, in het gezelschap van mensen dus. Niets leukers dan in het bijzijn van anderen in een grote pan bolognesesaus met Maas-Rijn-IJssel rundergehakt te staan roeren (en dat eerste er trots bij verkondigen natuurlijk). Toegegeven, ik heb dit in mijn eentje ook weleens geprobeerd en toen was het ook leuk. Je kunt mij doordeweeks soms nooit betrappen op plakjes ham in de koelkast, en bij de andijviestamppot eet ik altijd een gehaktbal groenteburger.
Ambivalent, ja. Met keuzes voor diervriendelijker en duurzamer vlees kunnen we tegenwoordig maar wat goed praten. Wie trouwens geen last hebben van hun geweten, zijn de makers van de nieuwe serie Animals Eating Animals. In deze filmpjes fietsen een chef-kok en bartender op hun fixies door New York op zoek naar plekken waar ze schaamteloos dieren kunnen eten. In de eerste aflevering doen ze een wedstrijdje wie de meeste foie gras-donuts op kan en in de tweede aflevering eten ze samen een geroosterde varkenskop. Ze slurpen het sap uit de oren en zeggen: ‘Phenomenal. I’ve died and gone to pigsface heaven’. We eten dus niet alleen graag dieren, we kijken ook nog eens graag naar mannen die zich tegoed doen aan een vleesbacchanaal. Hoewel het vrij ver gaat (en een beetje misselijkmakend is), ben ik vrees ik toch ook gewoon een animal who likes her animal.




.jpg)

