-
Farceren
Hierbij vul je vlees of wild met een mengsel van fijngehakte of fijngemalen ingredienten.
-
Fatigeren
Het mengen van salade met de saus.
-
Fileren
Dit is het lossnijden van filets van vis of vlees. Wordt ook wel eens gebruikt als verwijzing naar een mals stuk vlees zonder been of graat.
-
Flamberen
Het in de brand steken van een verwarmde, sterk alcoholische drank die dan brandend over een gerecht geschonken wordt (ken je misschien wel uit restaurants). Hierbij verbrand de alcohol en blijft het aroma achter, dat weer smaakverhogend werkt.
-
Fleureren
Dit betekent, heel simpel: het rijzen van deeg.
-
Frituren
Dit betekent dat je een voedingswaar bruin en geheel of gedeeltelijk gaar laat worden in een grote hoeveelheid olie of vet. Hierbij moet je alleen vetten en olien gebruiken die hoog (180/190 graden) verhit mogen worden.
-
Fruiten
In een open pan met vet, op een laag vuur lichtbruin of glazig bakken van uien of andere groenten.


