Voor de soesjes, ca 20 stuks
100 ml water
snuf zout
50 g boter
50 g bloem
2 eieren
Voor de crème patissière
6 eidooiers
100 g suiker
35 g maïzena of bloem
500 ml melk
1 vanillestokje, zaadjes eruit geschraapt
Voor de fondant
1 eiwit
ca 250 gram poedersuiker
Voor de karamel
1 el water
250 g witte basterdsuiker
Extra: spuitzak, ingevette bakplaat, fles champagne
BEREIDING
Breng voor de soesjes het water met het zout en de boter aan de kook. Roer de bloem erdoor en blijf roeren tot het deeg als een bal van de pan loslaat. Haal dan de pan van het vuur en voeg een voor een de eieren toe. Roer stevig: eerst het eerste ei tot het volledig is opgenomen en dan het andere. Klop het deeg nu nog 5-10 min krachtig door. Vul een spuitzak met het beslag. Spuit 20 bergjes deeg op de bakplaat. Schuif de bakplaat in een op 200°C voorverwarmde oven en bak de soesjes in 20-25 minuten gaar. Draai na 10 minuten de oven naar 175°C. Laat de soezen op een rooster afkoelen tot gebruik.
Klop voor de crème de eidooiers met de suiker tot een witte schuimige massa. Meng er voorzichtig de maïzena door. Breng de melk met het vanillestokje en de zaadjes tegen de kook aan. Laat 10 min trekken en zeef hem dan. Giet al kloppend de hete melk door het eimengsel. Zet terug op het vuur en verwarm de saus al roerend met een houten lepel tot hij indikt. Laat afkoelen en schep de room in een spuitzak. Prik de soesjes aan de onderkant in en vul ze met de room.
Roer voor de fondant de poedersuiker door het eiwit, voeg meer suiker toe als het te nat is, voeg een druppel water toe als het te droog is. Het moet nog net gietbaar zijn, maar wel wit zien.
Plak met een tl fondant elk soesje op de champagnefles, tot hij helemaal is bedekt. Giet de overgebleven fondant over de soesjestoren en laat drogen.
Smelt voor de karamel de suiker in een pannetje tot hij goudkleurig is. Laat de karamel enigszins afkoelen om draden te trekken. Trek boven een vel bakpapier met een vork draden van de karamel, en draai ze met een snelle beweging om de soezentoren heen.




