6 coquilles (sint-jakobsschelpen)
12 kleine worteltjes, geschrapt
4-6 el roomboter
1 el komijnzaad, even geroosterd in een droge koekenpan
snuf zeezout en versgemalen peper
BEREIDING
Open de sint-jakobsschelpen*, spoel de schelpdieren onder koud stromend water schoon en dep ze droog. Leg ze terug in de diepe helft van de schelp, met het koraal erbij. Breng een pannetje met water aan de kook, zout het en blancheer de worteltjes kort, ca. 5 min. Spoel ze af met koud water. Versier elke schelphelft met 2 worteltjes. Verdeel de boter erover en bestrooi met komijn. Zet 5-7 minuten onder een voorverwarmde grill op 180°C. Dien meteen op.
*Het openen van sint-jakobsschelpen is makkelijker dan je misschien denkt. Gebruik het liefst een goed palet- of pannenkoekmes. Tussen de schelphelften zit een vrij grote kier waar je het mes in kunt steken om de sluitspier los te snijden. Neem daarvoor de schelp met de bolle kant naar onderen in je hand. Steek met de andere hand het mes tussen de kier en snij in een cirkelbeweging langs de binnenkant, zo dicht mogelijk tegen de schelp aan om het visvlees niet te beschadigen. Lepel het schelpdier voorzichtig los, en voel met je vinger waar je hem uit het vlies kunt trekken. De overige inhoud kan weg. Het oranje ‘koraal’ (de kuit) is wel eetbaar – knip het los met een schaar. Het smaakt sterker dan het witte visvlees.
Kun je geen verse sint-jakobsschelpen in de schelp krijgen, koop dan alleen de schelpdieren, het liefst niet ingevroren. De schelpen zijn vaak wel los te koop in delicatessen- of kookwinkels.




