6 eieren, gescheiden
200 g suiker
500 ml melk
merg van 1 vanillestokje
zout
Voor de karamelsaus:
110 g suiker
een klontje boter
enkele druppels citroensap
Extra: 1 ingevette taartvorm (geen springvorm)
BEREIDING
Klop de eidooiers met 100 g suiker bleekgeel en dik. Breng de melk met vanillemerg aan de kook. Roer de hete melk beetje bij beetje door het eimengsel. Schenk weer in de pan en kook al roerend op zacht vuur tot het mengsel dikker begint te worden, maar nog wel vloeibaar is. De crème moet aan de achterkant van de lepel blijven hangen. Laat afkoelen, schenk in een grote schenkkan en bewaar tot gebruik in de koelkast.
Klop in een vetvrije kom de eiwitten met een mespunt zout tot zachte pieken. Klop er beetje bij beetje 100 g suiker door. Blijf kloppen tot een stijve en glanzende massa ontstaat. Schep de eiwitmassa in de taartvorm. Zet de vorm in een braadslee en vul deze tot de helft van de taartvorm met water. Bak ca 20 min in een op 150°C voorverwarmde oven tot de bovenkant licht goudbruin begint te kleuren. Laat afkoelen.
Schenk de koude crème in diepe borden of kommen. Snij het eiwitschuim in stukken en schep op de crème. Verwarm voor de karamelsaus in een pannetje de suiker met 60 ml water al roerend tot de suiker is opgelost. Breng de suikeroplossing snel aan de kook en laat koken tot de oplossing karamelkleurig is; roer tussentijds niet. Laat de belletjes wegtrekken en meng er boter en citroensap door. Schenk de warme karamel direct over het eiwitschuim, trek er evt mooie draden mee. Serveer meteen




