12 g gedroogde gist
175 ml handwarm water
mespunt suiker
250 g bloem
200 g suiker
150 g gezouten Bretonse boter
Extra: bakvorm van 24 cm ø, ingevet
BEREIDING
Maak eerst het deeg. Los in een kom de gist op in het water met de suiker. Roer even door en laat 10 min staan. Roer beetje bij beetje de bloem erdoor. Het deeg moet nu zacht zijn, maar niet te kleverig. Bestuif het aanrecht met bloem en leg het deeg erop. Kneed het deeg ca 3 min tot het soepel en elastisch is. Als het erg kleverig wordt, doe er dan steeds een el bloem bij, tot het niet meer aan je handen plakt.
Vet een kom in met een beetje boter en laat de deegbal er afgedekt een uur in rusten. Het deeg blijft heel plakkerig. Zorg voor een zo koud mogelijk aanrecht, en werk snel. Bekleed een groot bord met plasticfolie en zet aan de kant. Rol het deeg op een met bloem bestoven aanrecht uit tot een lap van ca 30 cm lang en 45 cm breed. Verdeel het deeg in gedachten in drie verticale stroken en beleg de middelste met 120 g in stukjes gesneden boter en 50 g suiker. Sla het deeg dicht door eerst de rechter strook en daarna de linker strook over het midden te vouwen.
Bestrooi de bovenkant van het deeg met nog eens 50 g suiker en vouw het deeg weer in drieën – je hebt nu een vierkante vorm. Leg op het met folie beklede bord, dek af en zet een uur in de koelkast. Veeg de bloem van het aanrecht en bestrooi niet kinderachtig met suiker. Verdeel nog eens 50 g suiker over het deeg, druk het een beetje plat met je handen en rol uit tot een lap. Vouw weer in drieën en zet weer koud, nu 30-60 min.
Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit tot een ronde lap ter grootte van de bakvorm. Het is kleverig, bestrooien met een beetje suiker wil wel helpen. Verplaats het deeg naar de vorm en strooi er de resterende 50 g suiker overheen. Smelt het restant van de boter en schenk die erover. Bak de koek 40-45 min een op 220°C voorverwarmde oven, tot de bovenkant vrij donker gekarameliseerd is.




