Voor het deeg
400 g zelfrijzend bakmeel
225 g koude boter, in blokjes
4-5 el yoghurt
Voor de vulling
4 grote appels, geschild en grof geraspt
2 el versgeperst citroensap
4 el fijne kristalsuiker
½ tl gemalen kaneel
½ tl gemalen kruidnagel
½ tl versgeraspte nootmuskaat
120 g walnoten, grof gehakt
En verder
poedersuiker en kaneel om te bestrooien
Extra: 1-2 bakplaten, ingevet
BEREIDING
Zeef het meel boven een grote kom. Voeg de blokjes boter toe en wrijf ze met je vingertoppen door het meel tot het mengsel op grove broodkruimels lijkt. Roer er luchtig de yoghurt door en meng alles tot het deeg samenhangend begint te worden, maar nog wel kruimelig aanvoelt. Kneed het deeg niet, maar druk met je handen alle deegkruimels in de kom tot een bal. Dek de kom af en laat het deeg in de koelkast 30 minuten rusten.
Maak intussen de vulling. Laat in een kleine pan de appels met het citroensap en de suiker al roerend op laag vuur koken tot al het vocht is verdampt. Haal de pan van het vuur en meng er de specerijen en walnoten door.
Verwarm de oven voor op 180°C. Verdeel het deeg in 30 gelijke stukken en rol er balletjes van. Maak met je duim een diep kuiltje in het midden van de balletjes. Schep de appelvulling in de kuiltjes en vorm het deeg over de vulling heen, zodat de vulling niet meer zichtbaar is. Druk de koekjes voorzichtig iets platter. Leg de koekjes met de naden naar beneden op de ingevette bakplaat en bak ze ca 35 min in de oven tot ze goudbruin zijn. Haal ze uit de oven en strooi er een beetje poedersuiker en kaneel over. Laat ze afkoelen. De koekjes kunnen 2-3 dagen op kamertemperatuur en enkele maanden in de vriezer worden bewaard.




