5 mythes over klein wonen

Die je meteen mag vergeten. Klein is wel degelijk fijn.

Mythe 1: Bigger is better

Not. Ja, het is leuk om al je vrienden aan tafel te kunnen plaatsen en je nachten door te brengen in een slaapkamer met formaat balzaal, maar er kleven ook nadelen aan. Wat dacht je van: meer schoon te maken, meer meubilair te kopen… Bovendien is zo'n koelkast praktisch naast je bed is ídeaal als je een kater hebt.

Mythe 2: Je kunt een kleine ruimte niet delen

Echt wel! Als je die studentenkamer van zeven vierkante meter waar je begon zelfs samen nog hebt overleefd, is zo'n halve verdieping alleen maar luxe.

Advertisement - Continue Reading Below

Mythe 3: Al je meubilair moet klein zijn

Oké, het moet allemaal wel passen. Misschien moet je voor een hoekbank concessies doen – lees: voortaan niet eten aan een eettafel, maar eten op die hoekbank – maar grote meubels kunnen ook fantastisch uitpakken. Wie droomt er niet van een bed dat je hele slaapkamer vult? Dan vergeten we gewoon dat de kamer twee bij twee meter is.

Mythe 4: Je kunt geen feestje geven in een klein huis

Is het niet veel gezelliger om met z'n allen één gesprek te voeren omdat de muren niet meer toelaten, dan dat iedereen zich verspreidt?

Mythe 5: Je moet minimalistisch leven als je klein woont

Dat je makkelijker leeft als je minder spullen hebt, geldt zo ongeveer voor ieder huis. Maar dat betekent niet dat je dat hoeft na te streven als je geen minimalist bent. In een klein huis moet je gewoon wat creatiever zijn als verzamelaar. En iets vaker opruimen.

In 5 budgetstappen heb jij een MoMa-waardige kunstcollectie in huis >