'Dat ik hoopte dat ze ons zou zien, jou dan het huis uit zou zetten - of zoiets'

'En dat je dan wel moest, met mij.'

Meest gelezen

Schrijf een hartverscheurend mooie liefdesbrief, luidde de opdracht van ELLE’s schrijfwedstrijd. 236 digitale inzendingen waren er, en een stuk of 80 kwamen er via ouderwetse post - blijkbaar raakte de wedstrijd een snaar. Lees hier Tatjana’s meeslepende brief.

'Waar het mis ging:
ik weet het nog steeds niet. Ik dacht eigenlijk dat we – of ik hoopte dat.

Ik kan nog steeds geen brief schrijven naar je, of een zin afmaken zelfs. Omdat ik bang ben dat ik iets tekort doe, jou tekort doe of mezelf. Onze tijd samen.

Advertisement - Continue Reading Below

Je weet niets van de nachten niet slapen, alleen in bed. Dat ik toen een tijdje echt wenste je meisje te zijn. Dat weet je geloof ik niet.

Jij was met haar allang een samen. En dat ik dat ook wilde met jou en je zachte handen en je goeie hoofd.

 

Zou je het doen? Voor altijd, wij.

 

Toch, dat ik ’s ochtends nooit naast je wakker werd gaf niet toen. Ik had al zoveel van je. Alle uren samen op werk. De gasten ’s avonds laat voldaan, napratend op straat met nog een laatste sigaret, wij in de damp van de vuile vaat.

Meest gelezen

Mijn haren in slierten om m’n hoofd, je lippen onder mijn schort. En de kraan stond open – dikke druppels water, je bril beslagen. Er was muziek en we dansten en vielen neer op de koude vloer. En schrokken dan veel later bloot en gelukkig wakker.

Onze zomer samen. Mijn piepende fiets, jouw rugzak vol Franse gesmolten kaas.
Je voerde me drank en brood en ik zwom dan naakt rondjes om je heen in een nog veel te koel meer.

Op mijn buik met half gesloten ogen liet ik je. Kiezelstenen in mijn maag. We spraken over alles. Alles. Bij mij kon je lachen en huilen, zei je. Alleen ik bracht je naar een andere wereld, zei je. We renden vaak de dijk af, heel hard. En mijn knieën gleden groen door vochtig gras. En dan gaf je me de kieteldood en dan gilde ik als een klein kind en kuste jij het altijd goed.

Terug in de stad, bij jouw huis. Dat ik hoopte dat ze ons zou zien, jou dan het huis uit zou zetten of zoiets. En dat je dan wel moest, met mij. Zou je het doen? Voor altijd, wij. Ik denk van niet, ik weet van niet. Het geeft niet.

Laatst een bericht van jou, na lang. Ik schrok niet. Ik weet dat je nog aan me denkt, net als ik nog aan jou denk – vaak zelfs. Al kwam de wereld tussen ons, met nieuwe liefdes, kinderen. Je hebt een tweede nu, een jongen. Ik vraag me af of zijn huid net zo zacht is als de jouwe, zijn ogen net zo… wat heb ik daar vaak in gekeken, die ogen. En wat mis ik ze nog steeds. Wat mis ik je nog steeds.'

//
Weten wie de schrijfwedstrijd gewonnen heeft?