Ik was al klaar om in te checken bij een kliniek

Want soms loop je tegen je eigen gedachtekronkels op, kun je niet stoppen met piekeren, en als je dan van je vrienden te horen krijgt dat het wellicht niet zo'n gek idee is om een keer 'met iemand te gaan praten' moet je dat misschien gewoon doen.

Meer van Nu in ELLE
20 articles
Dit zijn de beste hamburgertenten van Nederland
'Ik word verliefd op de verkeerde mensen.'
Mogen we je sigaretten na de seks aanraden?

'Als er verdrietige gebeurtenissen in je leven plaatsvinden, kun je daar met ferme pas overheen stappen en nooit meer achterom kijken. Dat is ook wel zo makkelijk, want waarom steeds opnieuw zout in je wonden strooien als je weet dat de dag van morgen een stuk zonniger zal zijn. Maar dat is niet altijd de juiste weg. Want soms loop je tegen je eigen gedachtekronkels op, kun je niet stoppen met piekeren, en als je dan van je vrienden te horen krijgt dat het wellicht niet zo'n gek idee is om een keer 'met iemand te gaan praten' moet je dat misschien gewoon doen. Dus daar ging ik, naar de huisarts, en met verwijsbrief en wat telefoonnummers op zak weer naar huis. Niet dat het zo ernstig met me is gesteld dat ik niet meer kan functioneren, maar iedereen, hoe goed het ook gaat, kan blijven hangen in patronen die je liever kwijt dan rijk bent. Leven is ingewikkeld zat en als iemand met een paar slimme opmerkingen verlichtende levenslessen kan brengen is dat niets om je voor te schamen. Na een korte zoektocht kon ik diezelfde middag nog terecht. Dat hij psychiater was en geen psycholoog leerde ik pas toen ik het bordje op z'n praktijkdeur zag, en eerlijk gezegd was ik me ook niet zo bewust van het verschil tussen de twee.

Wat volgde was labiele wartaal, afgewisseld met grote tranen en diepe snikken.

Advertisement - Continue Reading Below

Toen ik aan kwam fietsen stond hij voor de deur te roken. Hij was flink op leeftijd, bewoog moeizaam en zag er precies zo uit als psychiaters eruitzien in stripboeken. Zwijgend rookten we allebei een sigaret. Daarna gingen we naar het kille, felverlichte kamertje waar twee stoelen tegenover elkaar stonden. Hij vouwde zijn handen onder zijn kin, keek me een tijdje zwijgend aan, en zei: "Wat kan ik voor je doen?" Wat volgde was labiele wartaal, afgewisseld met grote tranen en diepe snikken. Hij vroeg niet veel, waardoor ik de stilte ging opvullen met nog meer overpeinzingen, hij concludeerde dat ik wel veel sprak, waar ik me voor ging verontschuldigen, en hij weer vroeg waarom ik dat deed, had ik soms spijt? En waar kwam dat door? Het was beangstigend om te merken wat iemand met me kan doen als ik op mijn zwakst ben, en door naïef vertrouwen denk dat de ander het beter weet.

Dit was duidelijk een psychiater van de oude stempel, een die graag eindeloze behandeltrajecten voorschrijft en mijn tranen veel te serieus nam.

Na een uur huilen vertelde hij me gortdroog dat ik een persoonlijkheidsstoornis zou hebben en zeker twee jaar in therapie moest. Dat hij me daar niet bij kon helpen, hij ging binnenkort met pensioen, ik moest maar op zoek naar iemand anders. Totaal ingestort kwam ik thuis, al bijna klaar om in te checken bij een kliniek. Totdat ik, goddank, dit verhaal vertelde aan een paar dierbaren die ook al langere tijd met 'iemand' praten, en allemaal witheet van woede werden. Dit was duidelijk een psychiater van de oude stempel, een die graag eindeloze behandeltrajecten voorschrijft en mijn tranen veel te serieus nam. Op dat moment had ik gewoon ontzettende liefdesverdriet, en alles wat je dan nodig hebt is iemand die je zegt dat het allemaal wel meevalt, dat er niets mis met je is. Natuurlijk heb ik geen persoonlijkheidsstoornis, en als het al zo was is dat niet iets wat in een uurtje besloten kan worden. Nee, je moet zeker niet altijd maar over je problemen heenstappen. Maar wel over de fictieve problemen die je worden aangepraat en die je van de regen in de drup brengen. En dat is al een verlichtende levensles op zich.'

Meer columns van Liesbeth lees je hier >