Nieuwe column: ik ben Karlijn en ik ben verliefd op een Syrische jongen

'Ondertussen zijn we een jaar samen en het was voor ons allebei het gekste jaar van ons leven.'

Meest gelezen

We introduceren: Karlijn Brinkman, die vanaf nu een column schrijft voor ELLE.nl. Of nouja - dat introduceren kan Karlijn zelf eigenlijk als de beste, net als uitleggen waarom ze een column verdient. Deel 1 in een nieuwe columnreeks:

'Ik ben Karlijn. En ik ben verliefd op een Syrische jongen. En daar ga ik over schrijven voor ELLE.

Okay, even terugspoelen.

Ik ben dus Karlijn. Ik ben 18 jaar jong, het enige meisje in een gezin met vijf broers en studente journalistiek in Utrecht. Ik heb blauwe ogen, blond haar (soms roze of blauw) en heb altijd alles gehad wat mijn hartje begeerde. Ik ben geboren en getogen in Zaandam: een lief, middelgroot stadje naast Amsterdam.

Advertisement - Continue Reading Below

Zaandam dus. Toen daar twee jaar terug een tijdelijke opvanglocatie voor asielzoekers werd geopend in het stadspark, besloot ik er als vrijwilliger aan het werk te gaan. En dat was best wel leuk. Want ergens tussen de Nederlandse lessen en het Arabische voedsel door, ontmoette ik Omran. Hij heeft donkerbruine ogen, zwart haar en hij moest vluchten voor de oorlog en dienstplicht in Syrië. Door 19 jaar geleden tien minuten te laat te zijn geboren, zal hij voor altijd de jongste helft van een eeneiige tweeling blijven. Samen met de oudste helft van de tweeling, die Aamer heet, vluchtte Omran in december 2015 naar Nederland. In één week reed, liep, voer en vloog Omran van zijn vertrouwde leven in Syrië naar een nieuw leven in een gek stadje waar een treitervlogger en zogenaamd tuig van de richel gezellig voor de Dekamarkt chillen.

Meest gelezen

Zoals ik al vertelde vond ik het werken als vrijwilliger best wel leuk. Want naast dat ik vrijwillig Nederlandse taalles gaf, werd ik ook vrijwillig verliefd op Omran. En hij op mij. Ondertussen zijn we een jaar samen en het was voor ons allebei het gekste jaar van ons leven. Omran werd van kamp naar kamp gestuurd en zag meer van Nederland dan de gemiddelde Nederlander in zijn leven van ons kikkerlandje ziet. Ik reisde achter hem aan. Kusjes voor het gratis studenten OV. Gelukkig is hij ondertussen beland in een studentenkamertje in zijn droomstad: Amsterdam.

Onze culturen zijn tegenpolen maar qua persoonlijkheid zijn we gelijk. En geloof me, die combinatie levert soms de grootste mindfucks op, maar is tegelijkertijd ook zo waardevol en leerzaam. En daar wil ik over schrijven. Over een relatie met een jongen die de oorlog ontvluchtte. Over de momenten dat ik de pijn en verdriet in zijn ogen zie maar dat hij toch blijft lachen. Over mijn angst dat alle pijn op een dag weer naar boven komt. Over de momenten waarop ik dubbel lig van het lachen omdat hij een Rotterdams accent probeert na te doen. Over de momenten dat ik bij hem achterop de fiets zit en we door Amsterdam crossen, drie keer bijna worden aangereden omdat we door rood rijden. Over de momenten waarop hij het ontbijt voor mij maakt dat zijn moeder in Syrië altijd voor hem maakte. Over het moment dat ik naar hem kijk terwijl hij zijn huiswerk zit te maken, en denk: hoe ben jij hier toch beland?

Advertisement - Continue Reading Below

Nou, heel verhaal. Maar daar wil ik dus over schrijven voor ELLE. Omdat mensen vaak tegen me zeggen: "Een relatie met een vluchteling? Bizaaaar! Hoe dan?" En als ik het verhaal dan vertel, zeggen ze: "Ey, daar moet je echt een boek over schrijven of een film van maken." En nu vind ik het tijd dat ik er over ga schrijven. Omdat er zo veel vluchtelingen in Nederland zijn en omdat een Syrische jongen echt niet zo veel hoeft te verschillen van een Nederlandse jongen. Daarom.

En ergens in dat hoekje van de kerk, tussen Arabieren die Guus Meeuwis zongen en kopjes lauwe thee door, was daar opeens Omran

The White House, dat was de bijnaam van het witte tentenkamp dat een jaar lang het gras in het stadspark verpletterde. De huisvrouwen met kortpittige kapsels hadden met hun mond vol tanden gestaan toen ze thuiskwamen van een heerlijke zonvakantie in Benidorm en zagen dat er zomaar een stelletje vluchtelingen in de stad was komen wonen. In het epicentrum van hun hardloopparadijs.

Gelukkig bleek het overgrote deel van de mensen in de stad geen huisvrouw met kortpittig kapsel die surrealistische sportprestaties nastreeft en daarbij echt geen vluchtelingen in haar park kan gebruiken. In de kerk tegenover The White House gingen namelijk honderden vrijwilligers aan de slag om het verblijf van de nieuwkomers een klein beetje te verlichten. Iets wat later werd omschreven als 'het wonder van Zaandam.' Al snel racete ook ik een aantal keer per week op mijn krakende omafiets met veertien gekleurde bellen, toeters en mijn grootste trots: de paarse windmolen, richting de kerk om Nederlandse taalles te geven. Hoewel het op zich best leuk was, bleek het dagelijks herhalen van dezelfde taalregels toch niet helemaal voor mij weggelegd. Ik besloot een hoekje van de kerkzaal te veroveren om samen met anderen muziek te kunnen maken.

En ergens in dat hoekje van de kerk, tussen Arabieren die Guus Meeuwis zongen en kopjes lauwe thee door, was daar opeens Omran. Hij had donkerbruine ogen, zwart haar en twee ringetjes in zijn oor. Toen ik hem ontmoette was hij nog geen maand geleden gevlucht voor de oorlog en dienstplicht in Syrië. En nu zat hij hier in een gek stadje waar een treitervlogger en zogenaamd tuig van de richel gezellig voor de Dekamarkt chillen. Terwijl ik vol overtuiging deed alsof ik gitaar kon spelen, was hij voor me komen staan. Hij pakte glimlachend de gitaar uit mijn handen en begon te spelen. Hij vertelde me dat hij was begonnen met spelen sinds hij in Nederland was gekomen en probeerde me een liedje te leren, maar ik kon alleen maar kijken naar het allerleukste spleetje dat ik ooit tussen iemands tanden had gezien. Hij merkte dat ik niet de snelste leerling was en begon zelf maar weer te spelen. En op dat moment maakte ik de grootste mind fuck in tijden mee. Zo'n tien meter verderop liep namelijk een kopie van de jongen die hier voor mijn neus gitaar zat te spelen. Terwijl ik scheel van de ene naar de andere jongen keek en besefte dat er niet één maar twee jongens met zulk geweldig krullend haar op deze aardbol rondliepen, begon Omran te lachen. Weer dat spleetje. Hij zei één woord: 'Twins.'

En zo kwam het dat ik hem daar bijna dagelijks ontmoette in het hoekje van de kerkzaal. Ik leerde gitaar, hij leerde Nederlands. Ik werd verliefd op Omran, hij werd verliefd op mij. Ons eigen kleine wondertje van Zaandam.'

Volgende week zondag: deel twee!