Exclusief! Interview met rapper Fresku: 'Bij mij is het glas eigenlijk altijd halfleeg'

​Als er IEMAND weet hoe hij op het podium een feestje moet bouwen, dan is het wel Fresku (29). Maar de boomlange rapper heeft twee gezichten. 'Ik ben eigenlijk een guy bij wie het glas altijd halfleeg is.'

Meest gelezen

In een hoek van het Eindhovense restaurant Piet Hein Eek zit Fresku. Onder zijn kleine dreadlocks en boven zijn donkere ogen is een diepe denkrimpel zichtbaar. De avond ervoor was hij bij de 3FM Awards. Hij won niets. Het doet hem pijn, zegt hij. Hij voelt zich niet op zijn plek bij zo'n awarduitreiking. 'Een eendje tussen de haantjes,' noemt hij zichzelf. Tegen een medegenomineerde zei hij nog: 'Ik hoop dat je wint.' Hoe kon hij dat nou zeggen? Nu zit hij hier met lege handen. En een hoofd vol vragen. Maar dat is altijd aan de hand in het hoofd van de 29-jarige hiphopper. Zijn brein staat nooit stil. Het waait, raast en stormt vierentwintig uur per dag onder die dreadlocks.

Advertisement - Continue Reading Below

Het is 2008 als Roy Michel Reymound een open muzikale sollicitatie stuurt aan Kees de Koning – hij doet zijn artiestennaam Fresku eer aan, het betekent 'brutaal' in het Papiaments. De Koning, de grote man achter platenlabel TopNotch en bijvoorbeeld ook manager van Anouk, hoort het talent van de rapper. Roy kan zijn baan in de riemenfabriek opzeggen en duikt de studio in. Acht jaar en drie albums verder is Fresku een gevestigde naam in de Nederlandse hiphopscene.

Meest gelezen

Zijn kracht: ontroerend eerlijke, diep persoonlijke en controversiële teksten over angsten, twijfels en depressies. Vorig jaar maakte hij een statement met het nummer Zo doe je dat over de heersende blanke muziekcultuur in Hilversum. In het nummer Kreeft van zijn laatste album Nooit Meer Terug rapt hij met de nodige zelfspot over zijn succes: 'Hij ging van chips naar kip en van kip naar kreeft.' In het restaurant buigt hij zich vandaag over een focaccia met zalm. De sinaasappelrasp en roomkaas hoeft hij niet. 'Ik heb alleen maar zin in zalm,' lacht Fresku.

'Mijn nieuwe nummers hebben allemaal een positievere vibe'

Het gaat goed met hem. Hij is onlangs verhuisd, heeft een lieve verloofde en natuurlijk zijn vijfjarige dochtertje Alisha. De donkere dagen, waar hij het vaak over heeft in zijn teksten, liggen achter hem. 'Iedere ochtend zet ik het nummer I van Kendrick Lamar op. Hij is een rapper die een positieve boodschap uitdraagt. Dat wil ik ook meer gaan doen. Ik verdiep me momenteel in de kracht van het positief denken. Ik ben eigenlijk een guy bij wie het glas altijd halfleeg is. Maar daar wordt niemand, en zeker ikzelf niet, gelukkig van. Dus ik wil leren om optimistischer te zijn.

Ik ben erachter gekomen dat alle onrust in mijn leven maar één bron had: ikzelf. Dat was voor mij wel een openbaring. Ik heb het dus echt zelf in de hand. Het helpt me om iedere ochtend dat nummer van Kendrick Lamar te draaien. Hij rapt: "I love myself." Dat is toch de beste manier om je dag te beginnen. Dat is niet alleen een grote inspiratiebron voor mij als persoon, maar het werkt ook door in mijn muziek. Ik ben met nieuwe nummers bezig en die hebben allemaal een veel positievere vibe.'

OUDERS

'Op mijn zevende ben ik bij mijn vader op Curaçao gaan wonen. Het ging niet goed met mijn moeder en ze kon niet langer voor me zorgen. Het was voor mij heel heftig om ineens in een totaal andere cultuur te zijn. Ik sprak geen Papiamento. Ik voelde me een Hollands jochie. Ik wilde gewoon bij mijn mama zijn. Ik sprak haar niet vaak, telefoneren was duur in die tijd. En als ik haar dan aan de telefoon had, wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Wij allebei niet. En dan blijf je maar over koetjes en kalfjes praten omdat je het contact niet wilt verbreken. Het was dubbel; aan de ene kant voelde ik me gewild en geliefd na zo'n gesprek, maar het gemis deed me ook pijn.

Met mijn vader had ik in die tijd een moeilijke band. In de Antilliaanse cultuur is het heel normaal dat je een disciplinaire tik krijgt. Als mijn rapport slecht was of als hij thuis kwam en ik had iets niet gedaan, kreeg ik klappen. Nee, het was niet fijn. In het begin was die eerste pak op de broek heftig. Dat begon op een gegeven moment te wennen, maar daarna werd het steeds heftiger. Ik moest tegen de muur gaan staan en toen kwam de riem tevoorschijn.

Ik weet nog dat ik met mijn vader in de McDonalds zat. Hij wilde een pasteitje bestellen en ik zei dat ze dat daar niet verkochten. In het volle restaurant gaf hij me een harde klap in mijn gezicht. Dat was de druppel. Op de terugweg in de auto zei ik dat ik terug naar Nederland wilde. Ik was veertien, ik was inmiddels te trots om nog klappen te moeten incasseren.

'Er ging letterlijk een wereld voor me open doordat ik een bril kreeg'

Advertisement - Continue Reading Below

Ik koester geen wrok jegens mijn vader. Het slaan is een onderdeel van die cultuur, kinderen daar worden geslagen nog voor ze een woord kunnen praten. Nu ik op mijn jeugd terugkijk, voelt het als een ander leven. Ik ben een ander persoon geworden. En ook mijn vader is veranderd. We hebben het er nog vaak over gehad en hij ziet ook in dat het niet goed is wat er in die tijd gebeurd is. Juist door die openheid is er een mooie en diepere band voor teruggekomen. Ik geloof in God en ik geloof ook dat alles een reden heeft.'

OOGCONTACT

'Ik heb het idee dat ik me pas echt ging ontwikkelen toen ik weer terug in Nederland was. Er ging letterlijk een wereld voor me open doordat ik een bril kreeg. Al die jaren had ik slecht zicht, maar niemand bekommerde zich daar over. Ik kon ineens zien wie er tegenover me aan tafel zat. Dat was bizar, heel mijn jeugd heb ik geen gezichten gezien. Mijn slechte zicht in mijn jeugd heeft er voor gezorgd dat ik naar binnen gekeerd ben. Ik kon letterlijk niet om mee heen kijken, dus ik trok me terug in mijn hoofd. De afgelopen jaren heb ik veel stappen gezet. Ik moest wel van mezelf, anders kon ik het niet volhouden. Ik kan mensen nu aankijken en een gesprek met ze voeren. Ik heb dat oogcontact echt nodig om die stap te kunnen zetten. Bellen vind ik vreselijk.

Meest gelezen

Voor mijn omgeving is het lastig dat ik van die in mezelf gekeerde buien heb. Mijn verloofde kan er goed mee omgaan gelukkig. Ze kent me heel goed. Dat geldt ook voor mijn dochtertje. Laatst was een vriend van me bij mij thuis en hij vroeg iets aan me. Ik hoorde hem niet, zat weer in mijn eigen hoofd. Alisha zei tegen hem: "Je moet het zo doen." Ze ging voor me staan, keek me in mijn ogen aan en zei: "Papa!" Ze draaide zich om en zei tegen die vriend: "Zie je, papa is een dromer." Het doet me pijn dat zij nu al een systeem heeft gevonden om met mij te kunnen praten. Terwijl ik zo hard mijn best doe om een fucking goede vader te zijn. Het voelt als een handicap, ik kan gewoon niet anders.

'Ik doe hard mijn best om een fucking goede vader te zijn'

Alisha is de rode draad in mijn leven. Ook in mijn muziek. Ze heeft me veranderd. Ik ben een betere versie van mezelf geworden door haar. Ik zie nu veel beter in wie ik moet zijn. Ik dacht altijd dat ik artiest wilde zijn puur voor de kunstvorm. Geld interesseerde me niet. Ik wilde verhalen vertellen. Mensen om me heen hebben daar misbruik van gemaakt. Ze zeiden: "Wees jij nou maar creatief, wij zorgen voor het geld." Intussen werd de boel onder mijn neus weggegraaid. Dat kan nu niet meer. Ik moet het doen voor mijn dochter, mijn gezin. Ze heeft me geleerd om puur en open te zijn. De emoties van een vijfjarige, daar leer ik van. Laatst liet ik haar het nummer Ik wil van mijn laatste album horen. Bij het stukje waarin ik haar bij haar naam noem begon ze te huilen. Ze hoort dan "papa is verdrietig". Ook al begrijpt ze de tekst niet, ze voelt die energie.

Liever luistert ze naar K3. Ik haat het, die nummers krijg je niet meer uit je kop. Dan sta je 's morgens op, klaar om nieuwe nummers te schrijven, en dan zit Oya Lele gelijk in je hoofd. Wat ik heel bijzonder vind, is om haar verhalen te vertellen. Ik ben altijd al een verhalenverteller geweest, voorlezen is niks voor mij. Ik vertel haar over een zeester die vanaf de bodem van de zee omhoog kijkt naar de sterren en er alles aan doet om erbij te mogen horen. Ik vind het mooi dat ze er rustig van wordt en uiteindelijk in slaap valt.

Het gaat niet eens om het verhaal, het is de aandacht. Daar bij haar zijn. Als ik dan naar haar slapende gezicht kijk, vraag ik me af: Roy, waar maak je je toch allemaal zo druk om? Tegelijkertijd maak ik me zo druk over later. Over hoe zij langzaam die puurheid zal verliezen. Ik leer haar nu automatisch al die muren om zichzelf heen te bouwen die ik zelf zo verafschuw. Als iemand haar pest op school, dan zeg ik dat ze terug moet pesten. Ze moet weerbaar worden. Het is niet goed, maar wat kun je anders?'

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in ELLE juni.