'n Warm pleidooi voor een kitscherige kerst

Waarom ik, zonder schaamte, hartstochtelijk hou van alle kerstclichés.

Meest gelezen

Het is vroeg in december 2014 als een collega op mijn bureau komt afgestormd. Buiten adem en met paniekerige ogen vraagt ze me: ‘Waar kan ik stijlvolle kerstversiering kopen?!’

Dat kán dus helemaal niet.

Ik woon in New York, waar de kersthysterie nog net een tandje erger is dan In Nederland. En dat komt mooi uit, want ik hou van rode, glimmende kerstballen, adventkalender en glittersterren, kerstmuziek in elke bar, maar vooral van lichtjes en van heel veel kaarsen.

Advertisement - Continue Reading Below

Vorige week had ik mijn eerste kerstborrel. Bij het van het slot halen van mijn fiets liep er een grote, sinistere man in een hoodie voorbij, met de capuchon dicht over zijn hoofd getrokken. Opeens brak hij in volle borst uit in gezang: ‘Baby it’s coooooold outside!’

Kijk, ik mag dat wel. Als ik kon zingen, had ik onmiddelijk de vrouwenpartij voor mijn rekening genomen (‘I really can’t staaaay'). Op weg naar de borrel stuitte ik op meer kerstplezier: kitscherige lampjes in alle kleuren sierden de brownstones, een opblaaskerstman, kerstbomenkraampjes. En dan moest de borrel nog beginnen.
In de bar trof ik een dronken kerstman. Zo’n kerstman die later op de avond ongepast vies wordt, maar nu nog vrolijk bij het lachen zijn buik vasthield. Wat de barman voor mijn neus zette was een met absint gevulde glazen snow boot, die ik tevreden opdronk terwijl de kerstman inmiddels aan het dansen was met drie meisjes met flikkerende rode rendierneuzen en een gewei op. Daarna ging hij over op shotjes doen met de barmannen, die allebei vilten giletjes aanhadden met kerstapplicaties. Ik werd helemaal warm van binnen.

Meest gelezen

 

Elke poging tot een stijlvolle kerst mondt juist onbedoeld uit in het tegenovergestelde.

 

De crux met Kerst zit 'm hier in: probeer je een kerstbal stijlvol te maken, dan verliest hij zijn essentie, zijn raison d’être. Bij Kerst hoort glans, bij Kerst horen glitters. Wat blijft er nog over als je dat alles weg haalt? Heel weinig.

Elke poging tot een stijlvolle Kerst mondt juist onbedoeld uit in het tegenovergestelde. Crèmekleurige kerstballen, designkandelaars. Ik vind het monsterlijk. Wat wil je liever: een Bij ons in de PC-kerst of een Home-Alone-kerst?

Case in point:

 

 

Daar komt nog bij: je gaat deze stijloorlog sowieso niet winnen. Weiger je de commercie van moederdag te omarmen? Prima. Verzet jij je tegen het paasontbijt? Goed, laat de croissants en verse jus in de schappen liggen. Maar om de lichtjes in de winkelstraten, de kerstnummers in de supermark, de zoetzappige Merci-dat-jij-er-bent-reclames kun je niet heen. Kerstmis is overal.

 

Je kersttrui ironisch dragen is het ontkennen van je ware emoties.

 

Een ironische Kerst is iets anders dan je over geven aan de kitscherigheid van Kerst. Hadley Freeman legt dat aan de hand van de lelijke kersttrui goed uit in The Guardian. Je kersttrui ironisch dragen is het ontkennen van je ware emoties. Zo nu en dan wil je gewoon een trui aan met applicaties van rendieren, sterren, kwastjes en misschien zelfs een knipperend lichtje. Altijd honderd procent cool zijn is eigenlijk heel saai. Kerstmis geeft je de kans om alles wat je eigenlijk leuk vindt, maar gedurende de rest van het jaar niet publiekelijk durft uit te dragen, te omarmen.

 

Verwelkom kerstkitsch met open armen. Trek die dikke gebreide sokken met sneeuwpoppen aan, nestel je in een schommelstoel bij het haardvuur en zet de The very best of Frank Sinatra op.

//

‘Weet je wat echt belangrijk is in een relatie?’
‘Liegen?’
‘Vanzelfsprekend, maar weet je wat pas echt belangrijk is?’

Lees verder >