Ik heb mijn man verzonnen

Nadat een fling leidde tot een zwangerschap besloot Anna Davies de wereld een plezier te doen en een partner te verzinnen. En toen gebeurde er iets wat ze eigenlijk nooit had verwacht: ze werd soort van verliefd op ‘Dave’.

Meest gelezen

In het rijtje oncomfortabele, onacceptabele en universele menselijke emoties waarvoor we ons schamen, ook dit verhaal van de Amerikaanse auteur Anna Davies over haar verzonnen man. In de hoop, dat door het aanhalen van dit soort verhalen, we tezamen schuld-, angst- en niet-genoeg-zijn gevoelens kunnen bestrijden. Bij dezen. Laat. Het. Gaan.

 

‘Denk je dat je dochter meer op jou of op je man lijkt?’ vraagt mijn nieuwe dermatoloog terwijl haar ogen heen en weer gaan tussen mij en mijn 11 weken oude baby, Lucy. ‘Oh, ik denk meer op mij,’ begin ik nog half-samenzweerderig, ‘maar mijn man zou iets anders zeggen hoor.’ ‘Absoluut. Mijn man is net zo.’ Samen lachen we wat, terwijl ik een blik op de diamant- en saffieren verlovingsring aan mijn linkerhand werp.

Advertisement - Continue Reading Below

'Hoe groter mijn babybuik werd, des te meer ik me schaamde voor dat witte stuk huid waar eigenlijk een diamant zou moeten zitten.'

Die ring is niet van mij. Of nou ja, hij is wel van mij, geërfd van mijn moeder toen ze vijf jaar geleden overleed. Maar er is geen man, verloofde of vriendje in beeld. Sterker nog, mijn dochter Lucy is verwekt tijdens een buitenlandse fling afgelopen zomer. In dat opzicht is er sprake van een duo. Maar als het aankomt op anderen, ben ik erachter gekomen dat het zó veel makkelijker is om te doen alsof er een partner in het spel is.

Meest gelezen

Dit is niet de eerste keer dat ik doe alsof ik verloofd ben. Toen ik mijn moeders ring net had geërfd, sliep ik er iedere nacht mee. Om me dichtbij haar te voelen maar dat niet alleen. Ik zat in die tijd net in een relatie en hoopte, The Secret-stijl, dat de ring mij op een bepaalde manier dichter bij een eigen zou brengen.

Tevergeefs. Maar de manier waarop het me verbinding gaf voelde goed. Verbinding met mezelf, mijn moeder, mijn theoretisch toekomstige echtgenoot, whatever. En dus begon ik hem te dragen wanneer ik een extra dosis moed nodig had; ik deed hem om voor ik een intimiderend telefoontje moest plegen en ik bewonderde de manier waarop de diamant al het licht ving, wanneer ik tot laat aan een intense schrijfopdracht moest werken.

Maar het was pas toen ik zwanger was, dat ik die ring voor andere mensen ging dragen. Ondanks het feit dat er maar een minimaal stigma op single ouders rust, helemaal in een stad als New York, voelde het alles behalve acceptabel dat ik degene was met zo’n naakte ringvinger. En hoe groter mijn babybuik werd, des te meer ik me schaamde voor dat witte stuk huid waar eigenlijk een diamant zou moeten zitten.

'Alleenstaande. Moeder. De twee woorden tuimelden door mijn hoofd.'

De eerste keer dat het gebeurde was in de metro tijdens mijn tweede trimester, net toen mijn buik duidelijk zichtbaar begon te worden en een vrouw van in de dertig mij haar stoel aanbood.

We raakten in gesprek terwijl ze ergens boven mij zweefde. Ik kon haar blik op mijn linkerhand voelen. Ik kromde mijn vingers rond de bandjes van mijn tas, zodat ze niet te zien zouden zijn, ondanks dat ik dacht dat het vast mijn verbeelding was - veel vrouwen zijn immers genoodzaakt om vanaf de helft van hun zwangerschap hun ring af te doen, simpelweg omdat ze hem gewoon niet langer passen - maar zodra ik me een beetje verschoof en mijn hand richting mijn haar bracht om mijn pony uit mijn gezicht te halen, realiseerde ik me dat ze zeker weten had staan staren.

‘Ben je getrouwd?’ vroeg ze.

‘Nee…’ stamelde ik. ‘Maar we wonen samen.’ De volgende tien minuten, waarin ik moeite had een denkbeeldig vriendje te bedenken, waren een marteling. Zijn naam is Dave, besloot ik en hij werkte in de financiële wereld maar hoopte zijn eigen bedrijf te starten. Hij was net zo verbaasd over de zwangerschap als ik, maar samen gingen we ervoor zorgen dat het zou werken. Toen stapte ze eindelijk uit de metro.

‘Ik ben zo blij dat je iemand hebt, dat je geen alleenstaande moeder bent,’ waren de laatste woorden voor ze wegging.

Alleenstaande. Moeder. De twee woorden tuimelden door mijn hoofd. Natuurlijk wist ik dat dat was wat ik zou worden maar ik schrok van de combinatie van deze twee woorden. Tot nu toe was mijn hele manier van denken gericht op logistiek, niet op reacties. Mijn vrienden en familie waren tenslotte heel blij toen ik mijn zwangerschap had aangekondigd. Zelfs religieuze kennissen waren blij met het nieuws. Ik was eindelijk financieel stabiel, met een flexibele carrière. Zelf vond ik het niet hebben van een partner vervelender – niemand met wie ik in het midden van de nacht voedingssessies kon afwisselen, niemand met wie ik de financiële lasten kon delen – dan wat dan ook.

Maar de manier waarop die onbekende in de metro die term had uitgesproken, zette me aan het denken: het voelde te breed, vol van verouderde stereotypes die gewoon niet op mij van toepassing zijn. Voor iemand van 32, val ik precies tussen de vrouwen die per ongeluk zwanger raken in hun twintiger jaren en de vrouwen die hun zwangerschap zorgvuldig hebben gepland om een alleenstaande moeder te zijn. Ik hoef niet de eindjes aan elkaar te knopen met een starterssalaris maar ik heb ook niet de middelen om een nachtzuster in te huren om ’s nachts op mijn kind te letten zodat ik wat slaap kan pakken. Ik heb het gevoel dat ik óf beter had moeten weten óf beter had moeten plannen.

'Het enige wat ik doe is voor mijn kind proberen te zorgen terwijl ik af en toe tien minuutjes vind om te douchen.'

Toen mijn dochter Lucy eenmaal was geboren, was de reactie op mijn single-zijn nog uitgesprokener. Het was niet dat mensen oordeelden – tenminste, niet in mijn gezicht. Het was meer dat mensen véél te sympatiek deden; alsof ze medelijden met me hadden terwijl ik dat niet met mezelf had. Ik hoorde dingen als: ‘ik snap écht niet hoe je het doet’ heel vaak, waarbij de toon waarop ze het zeiden duidelijk betekende ‘mijn God, ik ben zo blij dat ik het niet hoef te doen.’ Ik kreeg ook woorden als ‘inspirerend’ en ‘dapper’ mijn kant op geslingerd, die ondanks dat ik me gevleid voelde, niet bepaald accuraat zijn. Ik ben geen kanker aan het genezen, branden aan het blussen of moeilijk opvoedbare tieners aan het onderwijzen. Het enige wat ik doe is voor mijn kind proberen te zorgen terwijl ik af en toe tien minuutjes vind om te douchen – net als ieder andere nieuwe ouder.

En dus schoof ik de ring van mijn moeder over mijn vinger en praatte ik over mijn verloofde ‘Dave’, vaker dan ik zou willen toegeven. Toen ik mijn kinderarts voor het eerst vertelde over mijn solo ouderschap, spendeerde ze de rest van de afspraak aan mijn emotionele welzijn in plaats van dat we bespraken hoe we Lucy’s gewichtstoename weer op de rit zouden krijgen. Na die afspraak had ik mijn lesje geleerd. Daarom droeg ik mijn ring naar de afspraak met mijn dermatoloog: ik wilde dat de focus op een huidkanker screening zou liggen, niet op mijn single-zijn.

En hoewel ik niet zo ver ga dat ik over mijn man vertel aan mijn potentiële nieuwe moedervriendinnen, die ik mogelijk terug ga zien, onthul ik tot tenminste onze derde koffiedate absoluut niet dat ik single ben. Op dat moment hebben ze zich al gerealiseerd hoeveel we met elkaar gemeen hebben. Net als zij ben ik geobsedeerd met mijn baby’s eetpatroon, worstel ook ik om in m’n skinny te passen en maak ook ik me zorgen om weer aan het werk te gaan. En al die overeenkomsten maken dat ik niet sympathiek kan reageren wanneer een kennis klaagt over haar niet helpende man. Ik snap dat meer dan wie dan ook: solo luierplicht sucks.

'Ik heb nooit de hoe de fuck zetten we in godsnaam een IKEA-wiegje in elkaar-ruzie gehad.'

Waar het eigenlijk op neer komt, de reden waarom ik me schaam voor mijn single status, is dat ik het idee heb dat ik compleet haasje-over heb gespeeld met dat wat anderen een behoorlijk essentiële mijlpaal op de weg naar ouderschap vinden. Ik heb nooit de bruiloft gehad, nooit het 'wanneer zou jij kinderen willen' gesprek gevoerd en nooit de – wie kent hem niet – 'hoe de fuck zetten we in godsnaam een IKEA-wiegje in elkaar' ruzie gehad. En dus voelt het raar wanneer ik me focus op de mijlpalen in mijn dochters ontwikkeling, terwijl ik er zelf zoveel traditionele heb gemist. Ik wéét dat dit mijn probleem is, iets waar ik een manier voor moet vinden als Lucy ouder wordt. En dat ga ik ook doen. Maar voor nu, vind ik het fijn om afhankelijk te zijn van de emotionele support van ‘Dave’.'

Bron: ELLE.com.