Dit zijn de twee soorten voetbalfans

Van lieve mannetjes met kroketten tot schreeuwlelijkers.

Meest gelezen

Gister belandde ik per ongeluk expres bij een voetbalwedstrijd in de eredivisie. Geen wedstrijd tussen topteams, maar middelgrote teams die meestal in 'het rechterrijtje' belanden. Een gemoedelijk decor voor een zonnige zondagmiddag, dacht ik zo.

Belangrijk om te vermelden is dat het hier mannenvoetbal betrof. Dat moet er sinds de alles verpletterende prestaties van onze Oranje Leeuwinnen, wiens spel altijd vrouwenvoetbal wordt genoemd, natuurlijk even bijgezegd worden. Het publiek bestond dan ook voor zo'n 95 procent uit mannen, vermoed ik. Onmiddellijk miste ik het EK vrouwenvoetbal, waar die verdeling evenrediger leek. Een publiek waar te veel testosteron in rond giert, zorgt toch voor een andere sfeer. Sorry SIRE, maar moeten 'jongens nou echt altijd jongetjes zijn?'

Advertisement - Continue Reading Below

Goed, die wedstrijd waar ik naar keek gister was zo saai dat ik mooi even de tijd kon nemen het publiek met een antropologisch oog te bestuderen. En dat was veel boeiender dan wat er op het veld gebeurde, kan ik je vertellen. Mijn snelle analyse is dat er grofweg twee soorten mensen aanwezig zijn bij voetbalwedstrijden: bij sommigen haalt het potje bal het beste naar boven, anderen laten zich van hun slechtste kant zien. Wie zijn zij?

Meest gelezen

1. De brave burgerborst

Om positief te beginnen: het merendeel van het voetbalpubliek zit daar om vermaakt te worden. Mijn lievelingsbezoekers zijn mannetjes van zo'n 60 jaar of ouder, die al decennialang bij hun 'kluppie' komen. Ze winden zich op over het spel, meer dan goed is voor hun rikketik, en roepen af en toe iets of gooien hun handen wanhopig in de lucht; maar ze genieten van het spel. Helemaal lief is het om te zien dat deze groepjes mannen, want dat zijn het vaak, elkaar duidelijk al kennen sinds ze zelf bij de F-jes speelden. Ook schattig: af en toe staat er een iemand op om voor het groepje kroketten te halen waar ze dan lekker van smikkelen.

In deze categorie vallen ook de mannen en vrouwen die met hun kleine kinderen komen kijken en geduldig het spel uitleggen, evenals de mannen met zilveren haren die galant opstaan en vragen of je wilt zitten (ja, dat gebeurde). Ook aandoenlijk: mannen met volwassen zoons die duidelijk genieten van die zeldzame momentjes dat ze 'net als vroegah ja toch niet dan' (ja ik was in Rotterdam) naast elkaar zaten.

2. Uitfluiters en scheldkannonen

De minder gezellig categorie. Dit zijn de mensen (voor de duidelijkheid: zowel mannen als vrouwen) die de uitdrukking 'voetbal is oorlog' net iets te serieus nemen. Ze schreeuwen constant naar de tegenpartij, de scheids en zelfs naar het eigen team als het even niet lekker loopt. Ik bestudeerde hun rood aangelopen, agressieve koppen en kon niet anders dan concluderen dat dit mensen zijn die zich de hele week op hun werk rot irriteren aan alles en iedereen en dat in het weekend eruit schreeuwen op de tribune. Waarom zou je anders als volwassen man een twintig jarig joch van de tegenpartij minutenlang uitfluiten omdat hij even aan het shirtje van 'jouw mannetje' trok?

Helemaal erg vind ik het om te zien dat er ook ouders met kleine kinderen zijn die vol genoegen de tegenpartij uitschelden voor alle ziektes in de wereld en dan trots hun kids aanstoten. Bijna wilde ik er wat van zeggen, maar ja, dan had ik die lading irritatie over me heen gekregen. Dus haalde ik gewoon maar mijn schouders op en keek afkeurend, held dat ik ben.

Normaal. Doen.

Wie nou de 'echte fans' zijn weet ik niet, want beide categorieën zijn bloedfanatiek. En eigenlijk is het maar goed ook dat voetbal zo veel emoties oproept, want het is duidelijk een verbindend spelletje. Voor de tweede categorie mensen geldt daarbij dat het beter is dan ze hun agressie langs het veld uiten en het bij schelden blijft, dan dat ze willekeurig mensen op straat in elkaar zouden slaan. Laat voetbal nog meer even oorlog blijven, denk ik dan.

Nog even nagenieten: dit waren de knapste voetballers van het EK 2016 >