Waarom het een razend goed idee is om op fietsvakantie te gaan

In België.

Meest gelezen

Als je een weekendje weg aan het plannen bent, denk je waarschijnlijk geen seconde aan België. En al helemáál niet aan een fietsvakantie in België. Ik ga eerlijk met je zijn, toen de uitnodiging kwam om in 4 dagen fietsroute ‘De Groene Gordel’ rond Brussel te fietsen, moest ik ook even achter m’n oren krabben. Maar het gezelschap was leuk, ik hou heus van fietsen, er zouden dingen met bier gebeuren, en ach, je moet alles een keer gedaan hebben. Dus daar ging ik, 4 dagen op een fiets (met fietstassen) door een matig zonnig en overwegend miezerend België. En ik zeg het je, fietsen bij de zuiderburen is dus gewoon hártstikke leuk, en wel om de volgende redenen.

Advertisement - Continue Reading Below

1. Het is Man Bijt Hond in het echie
Wie het programma Man Bijt Hond niet begrijpt, zal België ook niet op waarde kunnen schatten. Het is een beetje dezelfde cult als met het Songfestival. België is je licht gestoorde, beetje dikkige oudtante, immer gekleed in de meest kleurrijke en vloekende creaties, die je altijd een veel te enthousiaste knuffel en zoen geeft – en je ondanks alles altijd aan het lachen weet te maken. We sliepen hoofdzakelijk in B&B’s, bij vrij exotische types in huis. Er was Kirsten, die het feit dat we drie uur later dan gepland aankwamen maar nauwelijks kon verwerken en de diepe teleurstelling dat haar welkomstappeltaart nu ‘helemaal koud en ingestort is’ niet goed kon verbergen. Of Norbert, de 88-jaar oude druivenplukker die niet van ophouden weet en nog elke dag met een klein schaartje de trossen in perfecte vorm knipt. Het Duveltje dat hij ons gaf moesten we zelf inschenken, 'eens kijken of jullie dat kunnen'. En Wim, die toetertje lazarus om 01:00 in het plaatselijke café verzuchtte, ‘we waren bíjna thuis’. Waarna hij zijn glas nog maar eens aan de mond zette.

Meest gelezen

2. Eten met een Michelinster
In veel dorpen kwamen de menu’s niet verder dan kroketten met allerlei vullingen, asperges, veel stoofvlees en hier en daar wat lokale specialiteiten als ‘paling in ’t groen'. Maar in Sint-Martens-Bodegem, een dorp met nog geen 3000 inwoners, hebben ze Bistro Margaux, en daar hangt dus mooi een Michelinster op de deur. Chefkok Thomas Locus is nog maar net 30 en ging onder andere bij Sergio Herman in de leer. Met succes. Het menu wisselt, maar klassiekers als een bordje met makreel, wortel, miso en pickels, of een perfecte roodbaars, blijven op de kaart staan. De wijn wordt ingeschonken door een uiterst enthousiaste jonge sommelier, die je na het eten zonder morren in een busje naar Louis 1924 rijdt, de B&B van dezelfde eigenaar als Bistro Margaux. Daar geen Man Bijt Hond-praktijken, maar beeldige kamers met hemelse bedden, in een onlangs gerenoveerde en verbouwde hoeve, met uitzicht over landelijke weilanden te midden van het glooiende Pajottenland.

3. Het is goed voor lijf & leden
De hele dag fietsen door heuvelachtige landschapen, dwars door weilanden, over kleine modderige bospaadjes en onder honderden jaren oude beukenbomen door in het gigantische en prachtige bos Het Zoniënwoud, is écht heel erg goed voor je. Voor je kop (frisse lucht! Buiten spelen!) en voor je lijf. De Groene Gordel is een route van 100 kilometer, die kun je in een dag doen of in een week, maar linksom of rechtsom is het lekker kilometers pakken.

 

4. Lachen om de lelijke huizen
Kennen jullie de site Ugly Belgian Houses? De titel legt het wel goed uit al, maar hier worden foto’s verzameld van de lelijkste huizen in België. Hoe verder je van de grote steden komt, hoe lelijker de huizen worden. Ik zag tientallen huizen zonder ramen, of met een strikt noodzakelijk minimum, grote Spaanse haciënda’s die nogal uit de toon vielen in het grijze miezerende België, tientallen huizen waar de tuin vol stond met Griekse beelden en andere ‘ontwerpen’ waarbij de wansmaak geen grenzen kent.

5. De plaatsnamen zijn om in te lijsten zo leuk
Zo kwamen we met de trein naar Brussel langs Weerde, Eppegam, Sint-Katelijne-Waver, om aan te komen in Vilvoorde. Er was, zoals gezegd, Sint-Martens-Bodegem, in Dilbeek, en we eindigden in Hoeilaart. Maar in diezelfde contreien staat meer op de kaart, wat dacht je van Wezembeek-Oppem? Steenokkerzeel? Sint-Stevens-Woluwe? Korbeek-Dijle? Nederokkerzeel? De laatste dag trakteerden we onszelf op twee dorpen met mijn favoriete namen: Jezus-Eik en, de absolute klapper, Erps-Kwerps. Erps-Kwerps! Met een pracht van een dorpsplein met welgeteld één café dat, heel handig, café Central heet, opdat u zich niet zal vergissen. Jongens ik zeg het je, België is het nieuwe zwart. Echt.