'Die nacht waren we naar haar huis gegaan - toen wist ik het al zeker'

'Wanneer schrijf je nou eens een ode aan mij,' vraagt Sarah bloedserieus, en dat maakt me al gewelddadig verliefd.

Meest gelezen

Ik ontmoette haar tijdens een avond in de Balie die zij modereerde en waar ik te gast was. Ik smste haar om half acht die avond dat ik wat te laat zou komen omdat mijn fiets kapot was. Dat berichtje staat nog ergens in mijn telefoon. Nu drie jaar oud. Het berichtje daarop is van haar: 'Ik vond het ook een geweldige nacht. Ik zie je morgen toch? Maandag trouwen we!'

Nu hebben we een baby.

 

En weer twee weken later stonden we bij het graf van mijn moeder. Ik zei: 'Dit is haar dan'

 

Advertisement - Continue Reading Below

Die nacht waren we naar haar huis gegaan en op haar bank neergeploft, en ik had gezegd dat ik honger had. 'Ik heb alleen foie gras in huis,' zei ze. Toen wist ik het al zeker. Ik werd overnight feminist en fan van Edward Albee en Franse films.

Een maand later waren we een weekend in Parijs en stond de onderburen op de stoep omdat we onze Airbnb-woning binnenstebuiten hadden gekeerd. Sarah vloekte in vloeiend Frans en stomdronken: zeg dat ze binnenkomen die rotburen. Zeg dat ze wijn meenemen.

Meest gelezen

En weer twee weken later stonden we bij het graf van mijn moeder, en droeg zij een jurk met tijgerprint. Dat weet ik nog heel goed, ze zag er geweldig uit. Een tijgerprint bij het graf van mijn moeder. Ik zei: 'Dit is haar dan' en vond dat meteen raar van mezelf. Zij deed niet mee met dat toneelstukje, stelde zich gelukkig niet voor aan die ellendige grafsteen, maar sloeg een arm om me heen en vroeg: 'Gaat het?'

Die zomer kochten we een Saab voor duizend euro van een waterige drugsgebruiker in Leiden en scheurden we daarmee door Europa. In Portugal stonden we stil op een bijna verticale berg omdat de motor was afgeslagen en ik totaal dichtsloeg omdat ik eigenlijk niet durfde te rijden sinds mijn moeder was verongelukt. Er sloeg rook uit de motor en ik dacht echt dat we dood gingen en Sarah zei alleen maar: 'Kom op Willem. Gewoon gas geven.' En dat hebben we ook overleefd.

Een paar keer dacht ik: waar zijn we mee bezig. Als zij onhandelbaar kwaad werd of ik in het niets wilde verdwijnen. Als we vier weken lang iedere avond in de kroeg zaten en het barpersoneel van de Biertuin zich zichtbaar zorgen om ons begon te maken.

Soms leek het alsof die hele verkering onze dood ging worden. Als we dagenlang in bed lagen en niemand meer spraken. Als vrienden zeiden: we zien jou wel héél erg weinig. Wanneer we zo hard naar elkaar schreeuwden dat de diepgelovige onderbuurvrouw begon te vermoeden dat ik haar mishandelde. Of andersom.

 

Die nacht namen we ons voor het één keer voor de grap onveilig te doen

 

Na twee jaar dachten we erover om samen te gaan wonen. We gingen voor de grap eens kijken naar een huis in de Jordaan en een week later werd de bank door twee verhuisstudenten naar boven gehesen.

Twee maanden later zaten we in het Patershol in Gent en namen we voor ooit kinderen te nemen. Die nacht namen we ons voor het één keer voor de grap onveilig te doen. Een week later was Sarah zwanger.

Even was alles anders. Ik stopte met roken. En Sarah met roken en drinken. Ze kocht ineens geurkaarsen en bruisballen, en ze was rustig. Dat is het woord. Die hele zwangerschap duurde zo verdomme lang, wij met z’n tweeën op de bank. Bij de Ikea, in de Prenatal. Het was oké. En spannend. En even leek het voor altijd zo te zijn en vond ik dat wel best.

Tot die zoon er twee weken te vroeg uit kwam stormen, zoals alles bij haar eruit stormt, met z’n zwarte haren en z’n kwaaie kop en Sarah die bruisballen het huis uit sodemieterde en mij het huis uit trok en zei: 'Kom op Willem. De deur uit.'

Nu zijn we met z’n drieën. Hij een stuk van mezelf, en zij de liefde van mijn leven. A perfect storm. Het is zondagavond en we zitten tegenover elkaar, aan onze tafel. En ze zegt, nu toch half lachend: 'Ik vind wel dat ik een ode verdiend heb. Ik heb er al zo lang op moeten wachten.' En dat is ook wel zo.

Al ken ik ‘r net.

 

Willem Bosch is scenarioschrijver van oa Van God Los en Penoza. Sarah Sluimer schrijft aan haar eerste roman bij Atlas/Contact en maakt programma's voor Paradiso. Ze zijn trotse ouders van een prachtige zoon. Ezra. In Amsterdam. En delen, om-en-om, hun ervaringen als kersverse ouders.

//

'We werden nog zieker en die nacht barsten we tegen elkaar uit in radeloze woede - kinderachtig gedoe.'

Lees verder >