Column Karlijn deel 5: het grapje met een zwarte rand

'Omran. In Syria, do you know banana?'

Meest gelezen

Karlijn Brinkman heeft een relatie met Omran, een Syrische vluchteling. Over die relatie schrijft ze haar column voor ELLE.nl. Na deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4, is het tijd voor deel 5: banaan.

'Ik weet niet hoe hij het doet, maar Omran heeft in één jaar tijd de Nederlandse taal leren begrijpen en spreken. En daarom praten we altijd Nederlands met elkaar. Tenzij we bij de bananen in de supermarkt staan. Dan wijs ik naar de gele krommelingen en vraag ik: 'Omran. Do you know banana?' En dan zegt hij: 'No, I don't know banana. I'm from Syria.' Het is ons grapje. Een grapje met een pijnlijk randje. Een grapje met een rouwrand.

Advertisement - Continue Reading Below

Omran zat in een asielzoekerscentrum in Venray toen het grapje werd geboren. Er was een open dag georganiseerd zodat de mensen uit het dorp gezellig konden komen kijken. En daarom stond er ineens een watersproeier op het gras dat de afgelopen weken alleen was bewaterd door de tranen van de mensen die hun familie misten. Er was muziek te horen in het kamp waar het juist altijd zo hartverscheurend stil was. De werknemer die een dag eerder nog had geweigerd een nieuwkomer te helpen met zijn nieuwe bankrekening, was op die zaterdag in september een bak zonneschijn. Het was feest. Het bezoek kon komen.

Meest gelezen

Toen het bezoek daar eenmaal was, kon zij zien hoe goed het vertoeven was in het kamp. Met het groene gras, de gezellige muziek en de lieve werknemers die zo goed waren voor de nieuwkomers. Maar het meest interessante was toch wel de kennismaking met echte vluchtelingen. Vol verwondering keek ik toe hoe een blonde vrouw uit het dorp een handje gaf aan Omran. Ik zag haar denken: 'Mag dat wel, een handje geven aan een Syriër?' En vervolgens opende ze het vragenvuur. Omran kende dat ondertussen. Hij vluchtte weg van de vuurgevechten in zijn eigen land, maar werd in Nederland dagelijks onder schot genomen door Nederlanders met de meest persoonlijke vragen. Nadat ze alle details over Omran te weten was gekomen, dacht de vrouw: 'Het is gewoon een mens!' Tenminste, ik hoopte dat ze dat dacht. In plaats daarvan vroeg ze: 'But in Syria, do you guys know banana?' Het was het finaleschot recht in het verminkte hart van Omran.

Dankzij die mevrouw moeten Omran en ik altijd lachen wanneer we bij de bananen staan. We lachen van buiten maar we huilen van binnen. We huilen niet om het feit dat de mevrouw het heeft gevraagd. Nee, we huilen om het feit dat de mevrouw het oprecht niet wist. We huilen om het idee dat de mevrouw niet de enige is die het niet weet. We huilen van binnen maar we lachen van buiten, want dat doen mensen als ze dingen willen vergeten. Als ze willen vergeten hoe een simpele vraag een dodelijk schot in het hart kan zijn. Het is ons grapje met een rouwrand.'